Go Back

Interview: 200e AVR Puma

Beschrijving

Tijdens Agritechnica 2015 tekende de nieuwste generatie van de AVR Puma’s present: de Puma 3. Deze vierrijige rooier is de 200e Puma die het veld in gaat. Hij was niet altijd het roofdier dat hij vandaag is. Doorheen de jaren kent hij zoals alle technologie heel wat evoluties, zowel innerlijk als uiterlijk.

Collega Steven Paesschesoone, R&D Manager en conceptontwerper van de Puma-serie, loodst ons doorheen de geschiedenis.

Wanneer is het concept van deze vierrijige zelfrijder ontstaan?

In de jaren 70 is de vierrijige zelfrijder ontstaan. AVR bouwde een aardappelrooier op een zelfrijdende bietenrooier van Moreau met als bedoeling zowel aardappelen en bieten te rooien. De ombouw van aardappelen naar bieten was te tijdrovend.

In het kader van onze mission statement ‘meer verkoopbare aardappelen in de schuur krijgen met minder input’ zijn we beginnen nadenken over mogelijke oplossingen. We kwamen al snel uit bij het concept van de vierrijige zelfrijder.

Kost zo’n vierrijer dan niet meer dan een tweerijer?

De begininvestering ligt inderdaad wat hoger, maar dit verdien je snel terug. In eerste instantie daalt de loonkost/ha van de chauffeur bij de Puma. Bovendien wordt er niets platgereden eens de vierrijer het veld in gaat, en is alles over een breedte van 3 meter in één beweging weg, daar win je tijd mee. Ook het brandstofverbruik per hectare is hierdoor lager. Je hebt dus minder middelen nodig om meer opbrengst te krijgen.

De Puma in zijn huidige vorm stond er niet op één dag. Welke zijn de voorgangers?

Inderdaad. Met de Puma 3 zijn we toe aan onze zevende vierrijer.

In een beginfase werkten we samen met het Franse Moreau dat ook bietenrooiers maakte.

Einde jaren 80 ontwikkelden we de machine verder met het toenmalige Riecam uit Nederland. Riecam construeerde het rode frame en de motor en AVR monteerde er de rooier op, herkenbaar aan zijn lichtgroene delen.

Een volgende versie werd de RWD300S, ook een combinatie AVR/Riecam.

Uiteindelijk kwam diens opvolger de Solanum rond 1997. Deze reeks was de eerste die volledig door AVR zelf getekend en ontwikkeld werd. In 2006 zijn we gestart met de Puma-serie die tot nu toe drie generaties kent: Puma, Puma+ en Puma 3. Het grote verschil tussen de Puma en de Solanum is dat we het reinigingskanaal breder hebben gemaakt. De (zeef)matten lopen nu over de volledige breedte van de wielen en niet meer tussen de wielen. Een groot voordeel dat de reinigingscapaciteit enorm liet toenemen.

Met de Puma + zijn we van kettingaandrijving naar rechtstreekse aandrijving van de zeefmatten gegaan alsook van 710 mm brede banden naar 900 mm brede achterbanden.

De Puma 3 ten slotte, hebben we op grotere voor- en achterwielen gezet met ultraflex achterbanden. Er is meer stuuruitslag voor en achter, een nieuwe Stage 4 motor van Volvo en een nieuwe pompset van Bosch Rexroth. Om nog meer reinigingscapaciteit te bieden, is er een bredere rollentafel en bredere egelband. Het unieke Varioweb zorgt voor een flexibele reiniging.

Waarom zou iemand met een Puma 3 moeten werken?

We hebben de Puma’s ontwikkeld omdat we de gebruiker een robuuste, bedrijfszekere en eenvoudig te bedienen machine willen aanbieden. Tijdens het rooiseizoen moet de machine blijven rijden, punt. Voor ons is dat een belangrijke waarde. Als één van de sensoren kapot zou zijn of er is kabelbreuk bijvoorbeeld, dan blijft de machine rooien dankzij een aantal ingebouwde back-upsystemen.

Bij de ontwikkeling zijn we uitgegaan van één centrale chassiskoker waarop de rest van de rooier, als het ware als het vlees en de botten op de centrale ruggengraat, wordt opgebouwd. Door deze eenvoudige opbouw wint de machine aan robuustheid en toegankelijkheid. Dat maakt hem gemakkelijk in onderhoud.

Ook de besturing is ontwikkeld om met weinig uitleg snel het veld in te kunnen.

Het lijkt nu een mooie opsomming van de voordelen, maar dit is wel degelijk een samenvatting van de reacties die we in het veld horen van de werkelijke gebruiker (lacht), en dat is uiteraard fijn om te horen.

Hoeveel mensen heb je nodig om een Puma te ontwikkelen?

Op de R&D-afdeling waar we de ontwerpen maken, teken ik het concept samen met een aantal collega’s uit. Collega Joke Cambie en haar team ontwikkelen de pompset met software en sturingen. Andere collega’s werken het mechanisch ontwerp verder af. Andere betrokken partijen zijn onze vertegenwoordigers die o.a. gebruikerservaringen delen, de aankopers bestellen de onderdelen, productie monteert de machine en uiteindelijk wordt de machine afgetest en gehomologeerd om daarna aan de klant af te leveren. Alle afdelingen zijn dus betrokken.

Ken je nog een leuke anekdote over de Puma?

Ik heb er eigenlijk drie:

  • Ik werk nu 25 jaar bij AVR en in mijn carrière is dit de zevende vierrijer die ik uitteken.
  • Wat heel leuk was voor ons, is dat in 2013 tijdens de Vlaamse fictiereeks ‘Eigen Kweek’, de Puma in beeld kwam. Veel van onze klanten hebben dit eveneens gezien en delen onze trots.
  • Dat dit jaar de 200e Puma het veld ingaat, is voor mij een blijk van vertrouwen van de markt in deze vierrijer.

Eigenlijk kan ik concluderen dat ik samen met mijn collega’s met plezier deze machine verder blijf ontwikkelen volgens de noden van de markt!